Erkenningsnummer: DV.O105732

Industrieel ingenieurs uit de privé-sector met een fulltime job die VIK-lid zijn, werden aangeschreven. Het basisdiploma dat bevraagd wordt, is dat van industrieel ingenieur. Bijkomende langdurige opleidingen werden dit jaar ook onderzocht. Zelfstandige ingenieurs en expatriates werden niet opgenomen omdat ze erg moeilijk zijn in te schalen vanwege de niet-meetbare voordelen in natura, onkostenvergoedingen, verblijfsvergoedingen en verschillende fiscale en sociale zekerheidsstelsels. Ingenieurs in de openbare sector en onderwijs werden evenmin bevraagd omdat die net in heel vaste barema's zitten (zie Overheid). Er werd ook dit jaar een genderonderscheid gemaakt - de ingenieurswereld blijft veelal een mannenwereld.
De vrouwelijke ingenieurs hebben volgend aandeel in de VIK-enquête 2008: 11% twintigers, 9 % dertigers, 3% veertigers en geen 50-plussers. Voor de starters (tot 25 jaar) blijkt het gemiddeld salaris voor de vrouwelijke ingenieurs 6% hoger te liggen dan dat van de mannelijke collega's, in 2006 was dit 5% lager en in 2004 zelfs 10% lager. Over verschil in verloning tussen mannen en vrouwen kunnen we dus zeker niet meer spreken. Het ontbreekt ons aan gedetailleerde jobbeschrijvingen om hieruit gefundeerde conclusies uit te trekken. Opmerkelijk detail: 19 deeltijdswerkenden namen deel aan de enquête, waarvan 14 mannen.
De enquête bij de VIK-bedrijfsleden peilt naar de startwedde van de industrieel ingenieur en naar de wedde na 10 jaar in de loopbaan. De resultaten worden gebruikt om de antwoorden van de leden te toetsen. De bedrijfsenquête bevestigt ook nu weer de resultaten van onze ledenenquête.
Elke burger wordt tegenwoordig voor allerhande nobele en minder nobele doelen bevraagd, soms zelfs overvraagd. Onze ingenieurs reageerden massaal getuigt dat het thema ingenieurswedden hen nauw aan het hart ligt. Wij ontvingen van 29% van onze leden tewerkgesteld in de industrie of de dienstensektor bruikbare antwoordformulieren. De respons is daarmee gelijk aan die van 2006. De VIK weddenenquête geeft daardoor een representatief beeld van de bezoldiging van de industrieel ingenieurs in Vlaanderen en Brussel.
De respons op de enquête bij de VIK-bedrijfsleden is opnieuw even hoog als in 2006. De krapte op de arbeidsmarkt voor ingenieurs is daar zeker niet vreemd aan. De toets met de bedrijfsenquête maakt dat de informatie over de bezoldiging correct en praktisch bruikbaar is.